Nieuwe BRL6000 efficiënter en transparanter
De reeds gecertificeerde bedrijven zijn in februari schriftelijk op de hoogte gesteld van de omzetting van de BRL6001 naar BRL6000. Certificaathouders kunnen, middels het bestelformulier, tegen een klein bedrag de overeenkomstige delen van BRL6000 ontvangen. Deze actie geldt nog tot 15 mei a.s.
Wettelijk erkende installatiekwaliteit herkenbaar aan KOMO INSTAL
Het leveren van gecertificeerd installatiewerk dat aan wettelijke eisen voldoet, wordt steeds belangrijker. Al sinds 2002 konden installatiebedrijven zich daarvoor laten certificeren volgens de regeling BRL6001, de opvolger van de Waarborgregeling. Dat deze BRL6001 nu plaatsmaakt voor de nieuwe 'koepelregeling' BRL6000, maakt het certificeren vooral efficiënter en transparanter. Veel beter dan voorheen kan een installatiebedrijf zijn verschillende vakdisciplines nu gericht laten certificeren.
Als ondernemer in de installatiebranche wilt u uw opdrachtgevers laten weten dat u uw vak beter verstaat dan sommige andere installatiebedrijven. Maar hoe maakt u de kwaliteit van uw installatiebedrijf herkenbaar? Professionele opdrachtgevers, maar ook particulieren, willen graag de zekerheid dat u garant staat voor een kwalitatief goede en veilige installatie. Met een BRL6000-certificaat kunt u de kwaliteit van uw installaties, inclusief die garanties, glashelder maken. Certificatie volgens de BRL6000 garandeert het voldoen aan alle relevante wet- en regelgeving, met name de installatie-eisen in het Bouwbesluit. Daarnaast stelt de regeling eisen aan de interne organisatie van een installatiebedrijf. Kortom, een certificatie op basis van BRL6000 betekent dat u voldoet aan de eisen die het ministerie VROM stelt voor het predikaat 'erkende kwaliteitsverklaring'. Daarom kunnen installatiebedrijven die aan de BRL6000 voldoen zich in de markt onderscheiden via het KOMO INSTAL logo.
Complete set met regelingen
Sinds begin 2006 is de nieuwe set van certificatieregelingen, de BRL6000, van kracht. Deze regeling geldt voor het ontwerpen, installeren én beheren van installaties, binnen verschillende vakdisciplines. De algemene eisen voor een installatiebedrijf staan beschreven in het Algemeen deel van de regeling. De eisen in dit deel zijn voor elke installatiebedrijf verplicht, maar zullen altijd worden bezien in combinatie met de eisen uit minimaal één of meer Bijzondere delen van BRL6000 (zie kader).
Een certificatie-instelling is verantwoordelijk voor de afgifte van het certificaat. Bij het afgeven van het certificaat verklaart de certificatie-instelling dat de installaties die het installatiebedrijf levert, voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit, en overige eisen uit de BRL. Hieraan verbonden zijn de naam en het logo van KOMO INSTAL. Door gebruikmaling van dit KOMO INSTAL merk zal een installatiebedrijf zijn geleverde kwaliteit op eenvoudige wijze in de markt communiceren. In de installatiesector is KOMO INSTAL inmiddels een vertrouwd begrip. Maar ook bij veel, vooral professionele opdrachtgevers, schept een BRL-certificaat in combinatie met het KOMO-logo vertrouwen. Het KOMO-keurmerk is in de bouwsector alom bekend. Een installatiebedrijf met een BRL6000 certificaat en het KOMO-INSTAL keurmerk zal zijn kansen in het aanbestedingstraject aanmerkelijk vergroten.
Vrijheid om te kiezen
De nieuwe certificatieregeling BRL6000 bestaat dus uit een uitgebreide set Bijzondere delen, die in de komende jaren ongetwijfeld verder zal groeien. Een installatiebedrijf kan daardoor zelf kiezen voor welke Bijzondere delen het zich wil laten certificeren. Omdat certificatie nu al mogelijk is door te voldoen aan de eisen uit het Algemeen deel en minimaal één Bijzonder deel, verlaagt dit de toetredingsdrempel voor veel bedrijven. Het grote voordeel is dat bedrijven, die in een later stadium ook andere disciplines willen laten certificeren, niet opnieuw een groot aantal algemene kenmerken van de organisatie hoeven laten toetsen. Het onderscheid in een Algemeen en de Bijzondere delen leidt tot meer transparantie en kostenbesparingen. Zeker in situaties waarbij installatiebedrijven zich gefaseerd laat certificeren.
Naast het Algemene deel zijn er op dit moment 18 Bijzondere delen (BRL6000-01 t/m BRL6000-18). Het Algemeen deel omvat de algemene eisen die gelden voor elke organisatie die zich laat certificeren. In de Bijzondere delen staan alle specifieke eisen met betrekking tot het desbetreffende onderwerp van certificatie. Dan gaat het om vakinhoudelijke zaken voor bijvoorbeeld gas- of elektrotechnische installaties, drinkwaterinstallatie, maar bijvoorbeeld ook zonneboilers, ventilatievoorzieningen of riolering.
De Bijzondere delen zijn ondergebracht in vijf accreditatieclusters. Deze indeling is vooral van belang voor de certificatie-instellingen. Een certificatie-instelling moet namelijk, om certificaten voor Bijzondere delen in een bepaald cluster te mogen afgeven, voor dat cluster door de Raad van Accreditatie worden geaccrediteerd. Welke certificatie-instelling voor welk cluster is geaccrediteerd, is te vinden op de website van de stichting KBI (www.stichtingkbi.nl). Zonder geldige accreditatie, afgegeven door de Raad voor Accreditatie, kan een certificatie-instelling een installatiebedrijf niet certificeren. Een geaccrediteerde certificatie-instelling moet vervolgens één keer per jaar controleren of het installatiebedrijf nog voldoet aan de voorwaarden en de eisen van de certificatieregeling.
Meer praktijkgericht
De belangrijkste verbetering in de certificatieregeling BRL6000 is dat hij meer dan voorheen rekening houdt met de specialisaties die in de installatiesector voorkomen. Niet alleen kunnen bedrijven zich onderscheiden op het type installatie, maar de certificering houdt ook rekening met de grootte van de installaties en de fase van het bouwproces waarvoor het bedrijf, dat zich wil laten certificeren. Onderscheiden wordt: ontwerp, de uitvoering (het installatiewerk en oplevering) en de fase beheer en onderhoud..
Ook in de nieuwe systematiek staat de controle op het eindproduct centraal. Vakbekwaamheid blijft een randvoorwaarde om tot een goede installatie te komen. Het installatiebedrijf geeft zelf aan op welke wijze het hieraan binnen de onderneming voldoet. De certificerende instelling geeft vervolgens een oordeel of het aanwezige kennisniveau en de vereiste ervaring toereikend zijn. Deze opstelling houdt veel meer rekening met de verschillende manieren waarop installatiebedrijven hun werk organiseren. Om de bedrijven in de praktijk te voorzien van een toelichting hoe zij kunnen omgaan met de accreditatieclusters en de bijzondere delen uit de BRL6000, werkt de Stichting KBI momenteel aan een aparte handleiding. Deze handleiding besteedt ook aandacht aan de wijze waarop een bedrijf de vakbekwaamheidseisen binnen de onderneming kan organiseren. Certificering vraagt weliswaar een inspanning van de ondernemer en zijn medewerkers, maar uiteindelijk betaalt die inspanning zich dubbel en dwars terug.
Voordelen in de markt
De voordelen die een bedrijf ondervindt door certificering zijn nooit volledig objectief te meten. Wel staat vast dat goed installatiewerk, waarvoor men wettelijk geregelde garanties kan afgeven, een installateur meer zekerheid biedt op continuïteit in de werkportefeuille. Een groeiend aantal opdrachtgevers let op de garanties die hun leveranciers kunnen afgeven, en dat biedt gecertificeerde installateurs meer mogelijkheden om te groeien. Kortom, een gecertificeerd installatiebedrijf zal opdrachtgevers gemakkelijker kunnen overtuigen om te investeren in kwaliteit. Daarnaast zal een BRL6000 gecertificeerd installatiebedrijf zijn faalkosten tot een minimum beperkt zien. Ook de samenwerking en afstemming met andere gecertificeerde bouwpartners wordt gemakkelijker.
Vooral de professionele opdrachtgevers in de bouwkolom weten dat KOMO-INSTAL staat voor kwalitatief hoogwaardige en veilige installaties. Zij herkennen het predikaat KOMO en weten dat deze gebaseerd is op het Bouwbesluit. Hetzelfde geldt in belangrijke mate ook voor toezichthouders, zoals gemeenten, subsidieverstrekkers, waterleidingbedrijven en andere instanties. Zij besparen tijd en geld door met een gecertificeerd installatiebedrijf te werken. Want zowel voor toezichthouders als voor de eindgebruiker biedt certificering volgens BRL6000 ondubbelzinnige garanties voor kwaliteit en veiligheid.
Voor de bedrijven die zich volgens de inmiddels oude regeling BRL6001 hebben laten certificeren, is er een overgangsregeling waarmee zij hun certificaten kunnen laten overzetten naar de nieuwe BRL6000 en de overeenkomstige Bijzondere delen van BRL 6000. De complete overgangsregeling is te vinden op www.stichtingkbi.nl.
Een overzicht van alle Bijzondere delen die op dit moment in BRL6000 zijn opgenomen.
| Nr. | Accreditatie-cluster | Bijzonder deel | Nummer | Relatie met bestaande regelingen |
| 1A | Elektriciteit en verlichting | Elektrotechnische installaties van individuele woningen | 6000-01 | E-klein (3) |
| Middelgrote elektrotechnische installaties (tot en met 80A) van bouwwerken, anders dan individuele woningen | 6000-02 | E-middelgroot (4) | ||
| Grote elektrotechnische installaties (>3 x 80A) van bouwwerken, anders dan individuele woningen | 6000-03 | E-groot (5) | ||
| 1B | Elektriciteit en verlichting | Nog geen bijzondere delen beschikbaar | ||
| 2A | Gas, Water en Waterafvoer | Gasinstallaties en gashaarden | 6000-15 | |
| Gasinstallaties en gasverbrandingstoestellen < 130 kW van individuele woningen | 6000-04 | G-klein (6) | ||
| Middelgrote gasinstallaties (tot en met G16) en gasverbrandingstoestellen van bouwwerken, anders dan individuele woningen | 6000-05 | G-middelgroot (7) | ||
| Grote gasinstallaties (> G16) en gasverbrandingstoestellen van bouwwerken, anders dan individuele woningen | 6000-06 | G-groot (8) | ||
| Leidingwaterinstallaties van individuele woningen | 6000-07 | W-klein (1) | ||
| Leidingwaterinstallaties van bouwwerken, anders dan individuele woningen | 6000-08 | W-groot (2) | ||
| Tijdelijke drinkwaterinstallaties | 6000-09 | |||
| 2B | Gas, Water en Waterafvoer | Rioleringsinstallaties van bouwwerken | 6000-17 | |
| 3 | Klimaatinstallaties | Ventilatievoorzieningen van woningen | 6000-10 | BRL6002 |
| Lage-temperatuur-verwarmingsinstallaties van woningen en woongebouwen | 6000-11 | |||
| 4 | Energie-omzetting | Individuele warmtepompboilers van woningen | 6000-12 | BRL6003 (1) |
| Individuele (combi-) warmtepompen van woningen | 6000-13 | BRL6003 (2) | ||
| Zonneboilers van individuele woningen | 6000-14 | |||
| Klein collectief warmtepompsystemen van woningen | 6000-18 | |||
| 5 | Onderhoud en beheer van installaties | Onderhoud en beheer van gasverbrandingstoestellen <130kW | 6000-16 | BRL6006 |
